Wat kun je nu allemaal met de Flashcards?

Lonneke Sanders

Spelend leren met de Flashcards

Grijze wolken, regendruppels, lampen aan in huis, dat was waarschijnlijk niet helemaal zoals je gedacht had de zomervakantie met de kids te gaan beleven. Ik in elk geval niet, al maakten we er binnen dan maar gewoon een feestje van. Een hele middag bouwen en spelen met de lego, boekjes lezen, hutten bouwen en spelletjes doen. Nou is Pepijn niet zo’n spelletjes mens, jammer genoeg, want ik daarentegen ben dol op spelletjes. Mijn hoop is dus op Lois gevestigd, zoals je begrijpt.

 

Enfin, wat dan weer wel aan Pepijn besteedt is zijn spelletjes waar hij in wordt uitgedaagd en waar hij van kan leren. Hij is dol op activiteiten waar hij bij in beweging komt en waarbij zijn nieuwsgierigheid wordt geprikkeld. Ik bedenk die spelletjes vaak zelf, dan kan mijn creatieve brein lekker los. De flashcards zijn speciaal ontworpen om spelend te leren, ze zien er prachtig uit en geven tal aan mogelijkheden. In deze blog deel ik met jullie wat tips en inspiratie hoe je de kaarten kunt gebruiken, leuke spelideeën voor peuters en kleuters om samen plezier mee te beleven.

 

Wij hebben de flashcards van het thema transport. Deze bestaat uit 10 kaarten met vervoersmiddelen, 10 kaarten met figuren en 10 kaarten met tellen. Er zijn twee levels: groen en blauw, die op de achterkant van de kaarten wordt aangegeven. Groen is het eerste level, daarin wordt bijvoorbeeld geteld van 1 naar 5. Het blauwe level gaat daarin dan weer een klein stapje verder, er wordt van 6 naar 10 geteld en de figuren en vervoersmiddelen breiden zich uit.

 

                                      

Spelen en leren, Montessori, in a Flashcard, flashcards   Spelen en leren, Montessori, in a Flashcard, flashcards   Spelen en leren, Montessori, in a Flashcard, flashcards 

 

Jonge peuters

De Flashcards worden aangeraden vanaf 3 jaar, maar als je kind jonger is kun je ook al heel laagdrempelig aan de slag met de kaarten. “Verstop” een paar kaarten in het zicht op ooghoogte van je kind in huis en laat ze bijvoorbeeld zoeken naar het vliegtuig, de politieauto of de brandweerauto. Hebben jullie ze gevonden? Dan kun je misschien nog bij het speelgoed op zoek gaan naar dezelfde voertuigen en die er bij leggen. Nog iets makkelijker kun je het maken door drie voertuigkaarten naast elkaar te leggen en dan bijvoorbeeld te vragen: Waar is de boot? Vervolgens kun je net doen alsof je kind in jouw armen door de kamer gaat varen, vliegen of gaat rijden. En kennen jullie ook leuke liedjes over een boot? Of oefen samen met de kleuren op de kaarten. Welke kleur heeft het vliegtuig? Kunnen jullie ook spulletjes in huis vinden in dezelfde kleur en die er bij leggen? En welke kleur heeft de helikopter?

 

Oefenen met tellen

Een peuter leert spelenderwijs tellen. Eerst alleen akoestisch, ze kunnen dan bijvoorbeeld 1, 2, 3 benoemen maar niet drie voorwerpen daadwerkelijk tellen. Stap voor stap ontwikkelen de hersenen zich verder. Het echt tellen van voorwerpen zie je gemiddeld tegen het vierde jaar ontstaan.

 

Wat peuters al sneller kunnen is in één oogopslag herkennen of ergens één, twee of bijvoorbeeld drie voorwerpen liggen. Mooi hoe dat werkt, dat kinderbrein.

 

Volgen

Kijk goed naar je kind. In welke ontwikkelingsfase zit ie? Hoe ver is je kind met tellen, het herkennen van vormen, kleuren en woordenschat? Kies een spelvorm die aan de ene kant aansluit bij wat je kind al kan (yay, succeservaring!) en daarnaast prikkelt om een stapje verder daarin te gaan (groei!). De meeste activiteiten die ik zo noem kun je simpel houden door met de makkelijkste begrippen uit het groene level te werken, maar ook moeilijker maken als je kind eenmaal meer uitdaging kan gebruiken: je breidt dan uit en gebruikt de meer complexere kaarten van level blauw. Doe de activiteiten echt samen en heb plezier: het gaat niet om het leren maar om de lol en de ontspanning daarin. En misschien nog wel het meest in de verbinding die het samen spelen brengt.

 

Spelideeën

  • Leg een speelgoed autootje en een vliegtuigje klaar aan de ene kant van de kamer. Aan de andere kant zet je in het zicht de kaart met de auto en op een ander plekje de kaart met het vliegtuigje. Laat je kind met het speelgoed naar de juiste kaart toe rijden/vliegen.

  • Hoeveel passagiers mogen er mee? Zet een bak met voldoende poppetjes klaar. Leg een paar voertuigkaarten op tafel, koppel ze aan een telkaart. Leg bijvoorbeeld naast de boot een telkaart van 3. Tel samen hoeveel passagiers in het voertuig mee mogen reizen en kies dit aantal poppetjes om op het voertuig te leggen.

  • Gebruik de telkaarten los om bijvoorbeeld dagen af te tellen voor een belangrijke gebeurtenis. Maak er een slinger van en haal elke dag een kaart weg. Tel dan op de voorste kaart hoeveel nachtjes slapen het nog is. Zo maak je het visueel en zorg je voor meer rust in het hoofd van je kind.

  • Maak lavaland door spullen in de kamer neer te leggen waar je kind als soort van parcours over heen kan lopen, met (antislip)matten of tegels bijvoorbeeld. Verspreid de telkaarten over de vloer op plekken waar je kind er bij kan vanaf het parcours. De grond is lava en mag dus niet aangeraakt worden. Leg nu voorwerpen in rijtjes klaar aan de veilige kant van het parcours. Je kind mag eerst een rij tellen en dan het juiste telkaartje er bij zoeken in lavaland. Gevonden? Dan mag het juiste telkaart bij de rij gelegd worden.

  • Neem de kaarten mee naar buiten. Leg een vorm klaar die jullie met stoepkrijt gaan natekenen. Deze kun je nog leuker maken door de kaart te koppelen aan een voertuigkaart waarvan je ook speelgoed in huis hebt of goed te kijken naar het voertuig dat al op de figurenkaart staat, welk voertuig mag over deze baan heen? Zoek dat voertuig in huis en daarna kan er geracet worden!

  • Je kunt ook met de vormenkaarten werken in zand, binnen met kinetisch zand of ander fijn materiaal. Gebruik een stokje om samen te oefenen met het natekenen van de vorm.

  • Iedereen instappen! Leg een voertuigkaart klaar en ga samen dit voertuig namaken in de kamer. Stoelen achter elkaar wordt een bus, een hoepel het stuur of de wielen. Of de bank wordt het vliegtuig met het keukentrapje er tegen om in te stappen. Maar om te kunnen vertrekken moeten alle passagiers natuurlijk wel betalen. Leg een telkaart klaar om te bepalen hoeveel geld een kaartje kost. Gebruik dan speelgoedmuntjes, of ander klein speelgoed om mee te nemen aan boord om te betalen. Zit iedereen klaar? Vertrekken maar!

  • De vorige activiteit kun je ook iets aanpassen door niet het voertuig na te maken, maar zelf te veranderen in dat voertuig. Pak er een figurenkaart bij en ga samen die vorm proberen te rijden/vliegen in de kamer of buiten over jullie baan van bijvoorbeeld stoepkrijt heen.

  • Politie en boefje spelen is hier altijd favoriet. Wie is de politie en met welk voertuig gaat de boef er vandoor? Kies een politiekaart en een ander voertuig: kies blind en dan is het de vraag: krijgt de politie de boef te pakken?

  • Spelenderwijs letterklanken oefenen met kleuters. Een mooie oefening als je merkt dat je kind soms herkent met welke letter een woord begint. Deze deed ik laatst met Pepijn en hij vond het ontzettend leuk en interessant. Leg in de ruimte op verschillende plekken de boot, de politieauto en de scooter neer, kies een telkaart voor elk van deze voertuigen en leg die er naast. Jullie gaan spulletjes verzamelen die beginnen met dezelfde letter als de voertuigkaart. Net zoveel spulletjes als de telkaart bij het voertuig aangeeft. Luister maar eens goed, met welke letter begint boot? Herhaal het woord samen een aantal keren heel duidelijk. Daarna zoeken jullie in huis naar spullen die met dezelfde letter beginnen. Bakje, bord, beker, bal, enzovoort, en leggen de juiste hoeveelheid bij de kaart neer. Je kunt deze uiteindelijk moeilijker gaan maken door bijvoorbeeld complexere letters te gebruiken zoals die van fiets en vliegtuig. Want wat is nou eigenlijk het verschil..?

  • Maak de scenes na van de figurenkaarten. Bijvoorbeeld de rechthoekige autoweg van de bouwplaats. Wat hebben jullie allemaal voor bouwvoertuigen in huis? Kunnen jullie deze bouwplaats namaken? Of kiezen jullie voor de camping met de tent, de beer en de boompjes die je ziet bij de ovale weg? Misschien kunnen jullie zelfs de ruimte wel namaken met de stervorm met bijvoorbeeld gele kikkererwten.

Spelen en leren, Montessori, in a Flashcard, flashcards   Spelen en leren, Montessori, in a Flashcard, flashcards   Spelen en leren, Montessori, in a Flashcard, flashcards

 

Heel benieuwd naar wat jullie samen gaan ondernemen met de kaarten. Laat je inspireren en ontdek vooral met elkaar weer nieuwe spelvormen. Want één ding is zeker, met deze kaarten kun je ontelbaar veel kanten op!

- Lonneke Sanders

Lonneke Sanders is mama van Pepijn (4) en Lois (1). Hiernaast is ze kindertherapeut en pedagoog in Vlijmen en online, auteur van het boek "Welpje" en blogger op House of Dreamers. De gevoelswereld van kinderen is haar terrein en passie. Haar website is te vinden op www.lonnekesanders.nl


Ouder bericht


Laat een reactie achter

Opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd